Terug

“DE HEUVEL DIE WE BEKLIMMEN”

Ze overwon een spraakgebrek, vond een uitlaatklep in poëzie en droomt van het presidentschap: Amanda Gorman.


Amanda Gorman is sinds gisteravond op slag wereldberoemd geworden. Terwijl de hele wereld naar haar keek, droeg de 22-jarige dichteres “The hill we climb” voor, hét gedicht van de inauguratie van Joe Biden als 46e president van de Verenigde Staten. Net als Biden heeft Gorman een spraakgebrek moeten overwinnen om gisteravond met verve de hele wereld toe te spreken.

Bron: VTR nieuws

Spraakgebrek

Net als president Joe Biden, die stiekem stottert, en Maya Angelou die als kind een poos niet kon spreken, heeft Gorman een spraakgebrek waar ze aan gewerkt heeft. Als kind had ze namelijk last om bepaalde letters uit te spreken, vooral de r, die sprak ze lange tijd uit als een w.

“Het heeft echt lang geduurd voor ik die goed kon uitspreken.” Zelfs met het woord “poetry” worstelde ze. “Ik denk dat er een geschiedenis is van sprekers die moesten worstelen”, zegt Gorman hierover.

Wie gisteren naar de voordracht van Gorman keek en luisterde, heeft hoogstwaarschijnlijk niets meer gemerkt van dat spraakgebrek. Gorman heeft er immers goed op gewerkt. Terwijl ze als kind in het schrijven een uitlaatklep vond, rolde ze gaandeweg toch in het circuit van het voordragen, het spreken. Door veel te oefenen, is ze erin geslaagd om haar uitspraak vlot te krijgen en haar angst weg te werken.

De heuvels die we beklimmen

Meneer de president,
doctor Biden,
mevrouw de vicepresident,
meneer Emhoff,
mensen uit Amerika en de wereld.

Als de dag komt, 
vragen we ons af:
waar kunnen we licht vinden in deze eindeloze schaduw?

Het verlies dat we meedragen,
de zee die we moeten doorwaden,
we trotseerden de buik van het beest.

We hebben geleerd
dat stilte niet altijd vredig is.
En de normen en ideeën van wat gewoon is,
zijn niet altijd rechtvaardig.

En toch,
het ochtendgloren is van ons,
voor we het wisten.
Op een manier doen we het.
Op een manier hebben we het doorstaan
en waren we getuigen van een natie die niet kapot is,
maar eenvoudigweg onvolledig.

Wij, de opvolgers van een land,
in een tijd waarin een mager, zwart meisje,
afstammend van slaven
en opgevoed door een alleenstaande moeder,
ervan kan dromen om president te worden
enkel doordat ze mag voordragen
voor een president.

En ja, we zijn verre van verfijnd,
verre van ongerept,
maar dat betekent niet
dat we niet vechten voor een perfecte unie.

We strijden om onze unie
met een doel te smeden.
Om een land te vormen 
met engagement
voor alle culturen, kleuren, individuen
en menselijke toestanden.

Daarom richten we onze blik
niet op wat er tussen ons in staat,
maar wat er voor ons staat.

We sluiten de breuklijn,
want we weten dat we voor een goeie toekomst
eerst onze verschillen moeten vergeten.

We leggen de wapens neer,
zodat we onze armen kunnen openen voor elkaar.
We willen niemand schaden,
we willen harmonie voor iedereen.
Als de wereld slechts één ding zegt,
laat hem dan zeggen dat dit waar is.

Zelfs als we rouwden, groeiden we.
Zelfs als we pijn hadden, hadden we hoop.
Zelfs als we moe waren, probeerden we.

Dat we voor altijd verbonden zijn, zegevierend.
Niet omdat we nooit meer nederlagen zullen kennen.
Maar omdat we nooit meer zo verdeeld zullen zijn.

De Bijbel vraagt om ons voor te stellen
dat ieder onder zijn eigen wijnrank en vijgenboom zit
en niemand hen bang zal maken.

Als we onze tijd eer willen aandoen,
dan ligt overwinning niet in het zwaard,
maar in alle bruggen die we bouwden.
Dat is het beloofde laar,
de heuvel die we beklimmen.

Als we het al durven,
is het omdat Amerikaan zijn
meer is dan een trots die we erven.
Het is ons verleden dat we meenemen
en hoe we het herstellen.

We hebben een kracht gezien
die onze natie wou verdelen,
liever dan ze te delen.
Ze zou ons land vernietigen
als dat de democratie kon belemmeren.

Deze poging slaagde bijna.
Maar hoewel democratie tijdelijk belemmerd kan worden,
kan het nooit permanent verslagen worden.

In deze waarheid en in dit geloof
hebben we vertrouwen,
want terwijl wij naar de toekomst kijken,
kijkt de geschiedenis naar ons.

Dit is het tijdperk van de verlossing.
We waren bang om het te aanvaarden.
We waren niet voorbereid 
om de erfgenamen te zijn
van zo’n beangstigende tijd.

Maar we vonden daarin de kracht
om een nieuw hoofdstuk te schrijven,
om onszelf hoop en blijdschap te brengen.

Dus terwijl we vroeger gevraagd hebben
hoe we ooit onheil konden overwinnen,
verklaren we nu: hoe kan onheil ons overwinnen?

We zullen niet teruggaan naar wat er was,
maar ons bewegen naar wat een gehavend land zal zijn, 
maar vrijgevend, en toch dapper, vurig en vrij.

We zullen niet bekeerd of onderbroken worden door intimidatie,
want we weten dat onze laksheid de erfenis zal zijn voor de volgende generatie.

Onze mengers worden hun lasten. 
Maar één ding is zeker:
als we barmhartigheid verenigen met macht,
en macht met rechtvaardigheid,
dan wordt liefde onze nalatenschap
en verandering het geboorterecht van onze kinderen.

Dus laten we dit land beter achterlaten
dan wij het gekregen hebben.
Met elke adem van mijn bronzen, kloppende borstkas
zullen we deze gewonde wereld verheffen tot een wonderbaarlijke.

We zullen opstaan vanuit de gouden heuvels in het westen
en vanuit het winderige noordoosten,
waar onze voorouders voor het eerst dachten over revolutie.
We zullen opstaan uit de meren en steden van het middenwesten
en uit het zonovergoten zuiden.

We zullen heropbouwen, verzoenen en herstellen.
In elk klein plekje van onze natie 
en elke hoek die ons land wordt genoemd 
zullen onze verschillende, mooie mensen opstaan,
gehavend maar prachtig.

Als de dag komt, 
stappen we uit de schaduw,
vurig en onbevreesd.
Het nieuwe ochtendgloren floreert
wanneer we het bevrijden.
Want er is altijd licht,
als we maar dapper genoeg zijn om het te zien,
als we maar dapper genoeg zijn om het te zijn.

Want er is altijd licht,
als we maar dapper genoeg zijn om het te zien,
als we maar dapper genoeg zijn om het te zijn.

Wat zegt ze hier?