Terug

IK GELOOF …

De reeks ‘ik geloof’ zetten we voort! Deze keer met eerstejaars studenten van de opleiding Medewerker Marketing en Communicatie van ROC Friese Poort in Emmeloord. Zij interviewden een persoon met een bijzonder “ik geloof” verhaal. Lees op Teezr iedere week weer een nieuwe bijdrage.
Wat geloof jij? Geloof jij in een God of geloof jij dat je het allemaal niet zo zeker weet? Geloof jij dat we goed genoeg zorgen voor de aarde? Geloof jij dat engelen bestaan? Geloof jij dat jij iets kunt betekenen in dit leven? Geloof jij dat bomen een ziel hebben? Geloof jij dat je altijd een keuze hebt? Wat geloof jij?

Ik geloof in de toekomst van onderwijs 

Door Nicolette Sneller, Rosanne Beks en Anouk Schipper

Op ROC Friese Poort Emmeloord werkt de heer Durk Bijma. Hij is vestigingsdirecteur en vormt samen met collega’s van andere vestigingen en het College van Bestuur de directieraad. In dit artikel beschrijft hij zijn werk en hoe onderwijs er in toekomst misschien wel uit komt te zien. Ben je benieuwd, lees dan snel verder!

Vestigingsdirecteur Durk Bijma voor de vestiging in Emmeloord.

Wie is…

De heer Bijma, vestigingsdirecteur van een Mbo-school in Emmeloord. We vragen hem hoe hij in het onderwijs terecht is gekomen. ‘Ik ben ooit begonnen als docent in het basisonderwijs, vertelt de heer Bijma. Mijn motivatie is dat ik graag iets met mensen en met groepen doe. Daar heb ik plezier in. Ik vind het mooi om voor andere mensen iets te betekenen. In het onderwijs kun je dat bereiken door kennis en ervaring te delen, maar ook door een luisterend oor te zijn.’ 

Als interviewers zijn wij benieuwd hoe de heer Bijma uiteindelijk de keuze heeft gemaakt om vestigingsdirecteur te worden en welke obstakels hij is tegengekomen. Hij vertelt ons dat hij eigenlijk geen obstakels is tegengekomen, omdat hij deze nooit op die manier ervaren heeft. Hij is opgeleid als leraar voor het basisonderwijs, van kleuters tot kinderen van een jaar of 11. Vervolgens is hij erachter gekomen dat hij het leuker vindt om oudere kinderen les te geven. Toen de heer Bijma werd opgeleid, was er namelijk weinig werk in het basisonderwijs. Er kwam wel een vacature in het Mbo vrij waarop de heer Bijma reageerde. Plotseling gaf hij les aan studenten van 24 jaar, terwijl hij zelf een jaar of 20 was. 

Met een lach op zijn gezicht vertelt de heer Bijma ons: ‘Het was een heel mooi leerproces en ik heb er veel van geleerd, maar ik had wel mijn lengte wel mee, hoor! Toch gebeurde het mij dat ik tijdens mijn werk voor een student werd aangezien. Het was tijdens een schoolexcursie en ik stond bij de poort van het bedrijf. De receptioniste vroeg me of er ook een docent aanwezig was. Ze zag me blijkbaar aan voor een student. Inmiddels ben ik wat ouder en zou me dit niet meer zo snel overkomen, denk ik.’  

Enige tijd later werd de heer Bijma docent algemene vakken. Hij gaf de vakken Nederlands en Maatschappijleer en werd daarnaast decaan. Vervolgens kwam er een vacature op zijn pad voor afdelingsdirecteur  en dacht hij: “ja, ik heb wel een bepaald beeld van wat ik goed onderwijs vind. Daar wil ik graag mijn steentje aan bijdragen.” Zo gezegd, zo gedaan! Daarna kwam er een vacature voor vestigingsdirecteur bij de vestiging in Emmeloord beschikbaar. De heer Bijma wilde dolgraag eindverantwoordelijk zijn voor een hele vestiging, want hoe leuk kan je dan onderwijs maken! Inmiddels is dat alweer 11 jaar geleden.   

Het onderwijs van vroeger…

Tijdens het interview stellen wij de heer Bijma de vraag hoe het komt dat de schoolopstellingen in een klas bijna niet veranderd zijn ten opzichte van vroeger, terwijl veel techniek zoals digiborden en computers wel hun intrede hebben gedaan. De heer Bijma vertelt ons: ‘er zijn veel variaties in klassenopstellingen, maar dat was vroeger ook al zo. Neem bijvoorbeeld de tafels in klassikale rijtjes ,  in een U-vorm en tafels in groepjes. Ik vind het klassikaal onderwijs prima, maar het heeft ook een nadeel. Er kan een grote groep bereikt worden, maar niet iedereen let even goed op tijdens de lessen. Dus niet iedereen leert optimaal. Voor goed onderwijs geven is afwisseling nodig. Sommige dingen doe je in de klas, soms in groepjes en soms alleen. De manier van leren moet variëren. Tegelijkertijd weten we dat ieder mens, jong en oud, wel menselijk contact wil hebben’. “Daar zijn we het afgelopen jaar wel achter gekomen, aldus de heer Bijma.”

‘Iedere student én collega wil weer naar school en in een groep bij elkaar zijn. Niet alleen omdat dan de lessen makkelijker te volgen zijn, maar iedereen spreekt elkaar ook weer.  Ook voor docenten is het heel belangrijk en ook veel leuker om op school contact met studenten en elkaar te hebben. De leermiddelen kunnen dan wel veranderen, maar de mensen niet. Op dit moment passen we in het onderwijs de lessen aan, aan de technische mogelijkheden, maar we weten heel goed dat de menselijke behoeftes hetzelfde blijven. Ik denk wel dat in de nabije toekomst het onderwijs steeds flexibeler gaat worden en dat iedere student meer zelf kan bepalen wat je wilt leren, wannéér je wilt leren en in welke volgorde je dat wilt gaan doen. Op deze manier wordt het ook veel aantrekkelijker om een leven lang te leren. 

Het onderwijs van nu…

Ook vroegen wij de heer Bijma hoe hij het onderwijs in de toekomst ziet. Hij zei: ‘Ik denk om te beginnen dat er meer chill-ruimtes zullen zijn waar men als groep bij elkaar kan komen om schoolwerk te bespreken en voor te bereiden. Er zal namelijk vaker in groepjes gewerkt worden en minder klassikaal les worden gegeven. Ook denk ik dat onze studenten, al dan niet in groepjes, een groot gedeelte van hun opleiding bij een bedrijf volgen. Ik verwacht ook veel meer (keuze)vakken, die je niet steeds met dezelfde klas en in dezelfde volgorde volgt. Bijvoorbeeld dat je als managementassistent een technisch vak volgt, welke niet direct bij de opleiding hoort, maar wel heel goed bij jou of jouw toekomstig beroep past. Of vanuit de opleiding Beveiliging extra talen  kunnen leren. Dat zou dan mogelijk zijn.  Ik denk ook dat de hoeveelheid volwassenen in het onderwijs dan nog meer gaat toenemen.’ 

In het onderwijs dat wij nu hebben, worden wij als studenten beoordeeld door middel van toetsen en cijfers. Wij vroegen de heer Bijma of hij zich een school kan voorstellen waarbij dit niet het geval is. Volgens de heer Bijma zou dit heel goed kunnen. ‘Dit zou het leren misschien ook wel veel leuker en doelgerichter maken dan dat het nu is, zegt de heer Bijma. ‘Als je iets leert en je haalt voor de toets een 10, dan maak je dezelfde toets een paar maanden vast met een lager cijfer. Na een jaar weet je er misschien helemaal niets meer van. Dat is niet de juiste manier van leren. Wij willen studenten iets leren, wat ze niet meer vergeten. Een toets met een cijfer is daarom niet altijd de beste manier. Voor dit toekomstidee is de onderwijscampus, die nu gepland staat bij onze school, erg van pas komen. Een campus met meerdere scholen op één terrein maakt veel mogelijk. Studenten van het Vmbo kunnen dan een vak volgen op een hoger niveau binnen het Mbo en een student van het Mbo kan een vak volgen op bijvoorbeeld Havo niveau. Daarnaast kunnen er leuke projecten met leerlingen en studenten van verschillende scholen gedaan worden. Op deze manier leren zij van elkaar en dat zorgt wellicht voor nóg meer motivatie en plezier om naar school te gaan. Het zou het leren echt veel leuker maken dan dat het nu al is!   

Als laatste vroegen wij hoe de heer Bijma de toekomstige school in 3 zinnen zou beschrijven:  

Een hééle leuke school! Een fijne en gezellige community waar je samen aantrekkelijk onderwijs maakt en waar jongeren én volwassenen een leven lang heel veel kunnen leren.  

Hoe moet het onderwijs van de toekomst eruit zien volgens jou?

Hoe ziet jouw toekomstige school eruit?